#Ochtendspits! Wie draait op voor de kosten?

Dat het momenteel in een groot deel van Nederland krokusvakantie is, was vanmorgen niet te merken. Om 8:30 uur stond er maar liefst 374 kilometer file in Nederland door regen, wind en ongelukken. Voor wiens rekening komt deze extra reistijd eigenlijk?

Dat hierover onduidelijkheid bestaat bij werkgevers en werknemers is niet gek. In de Arbeidstijdenwet (‘ATW’) is hieromtrent geen duidelijke regeling opgenomen en het begrip reistijd is niet als zodanig gedefinieerd. Het antwoord op bovengenoemde vraag dient derhalve afgeleid te worden uit de definitie van arbeidstijd: “de tijd dat de werknemer onder gezag van de werkgever arbeid verricht” (artikel 1:7 ATW). Op basis van deze definitie kan tot de conclusie worden gekomen dat reistijd moet worden gezien als arbeidstijd indien de reistijd van de werknemer onder het gezag van de werkgever valt. Dat houdt in dat de werkgever op het reismoment zeggenschap moet hebben over de tijdsbesteding van de werknemer. Er valt daarbij onderscheid te maken tussen woon-werkverkeer en werk-werkverkeer.

Woon-werkverkeer
Van woon-werkverkeer is sprake bij reizen tussen de woon- of verblijfplaats en de vaste werkplaats(en) waar de werknemer zijn werkzaamheden verricht en die in een overeenkomst zijn afgesproken. Over het algemeen wordt aangenomen dat woon-werkverkeer niet plaatsvindt onder het gezag van de werkgever. Een werknemer kiest immers uit eigen beweging ervoor om in een bepaalde plaats te gaan werken en accepteert daarmee de daarbij behorende reistijd. De reistijd van gewoon woon-werkverkeer komt derhalve voor rekening van de werknemer, tenzij anders is overeengekomen, bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst of in de geldende cao. Deze hoofdregel geldt ook indien er sprake is van extra reistijd ten gevolge van files.

Bijzonder woon-werkverkeer en werk-werkverkeer
Anders is het indien er sprake is van zogenaamd bijzonder woon-werkverkeer of werk-werkverkeer. Bijzonder woon-werkverkeer vindt net als woon-werkverkeer ook plaats buiten de arbeidstijd, doch kan deze reistijd ten gevolge van bijzondere omstandigheden gelijkgesteld worden aan werk-werkverkeer. Het gaat daarbij om omstandigheden die ertoe leiden dat er gesproken kan worden van vervoer dat plaatsvindt krachtens de arbeidsovereenkomst en in het kader van de voor de werkgever uit te voeren werkzaamheden. Er zijn geen harde regels die een exact onderscheid maken tussen gewoon woon-werkverkeer en bijzonder woon-werkverkeer. Van bijzonder woon-werkverkeer is bijvoorbeeld sprake als een werknemer staat ingeroosterd op een andere vestiging dan de vestiging waar hij normaliter werkzaam is, en de werknemer met een door de werkgever beschikbaar gestelde auto naar die vestiging reist. In een dergelijke situatie geldt de regeling van werk-werkverkeer.

Werk-werkverkeer is elke reisbeweging niet zijnde woon-werkverkeer en die in opdracht van de werkgever wordt uitgevoerd. Werk-werkverkeer kan derhalve worden gekwalificeerd als reistijd binnen de uitoefening van de werkzaamheden. Het gaat daarbij om reistijd die de werknemer tijdens zijn werkzaamheden maakt om van de ene naar de andere klant, klus, opdracht of werklocatie te reizen. Deze reistijd wordt in de meeste gevallen wél gezien als arbeidstijd, daar deze reistijd onder het gezag van de werkgever valt. Dat betekent dat deze reistijd in de meeste gevallen voor rekening van de werkgever komt, tenzij anders is overeengekomen.

Meer weten?
Het principe is helder, maar in de praktijk blijkt dat dit nog vaak vragen oproept. Wanneer is reistijd nog eigen aan arbeid en wanneer niet meer? En wat is van toepassing als u geen vaste werkplek heeft? Voor een advies op maat kunt u altijd met ons contact opnemen.